Het immuunsysteem

Het immuunsysteem (afweersysteem) is een ingewikkeld systeem van weefsels, cellen en eiwitten, die verspreid in het gehele lichaam voorkomen. Samen beschermen zij ons lichaam tegen ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen, schimmels, wormen en parasieten.

Hoe werkt het immuunsysteem?

Om de werking van het immuunsysteem uit te kunnen leggen, vertellen we eerst kort iets over het menselijk lichaam.

Stamcellen

In de beenderen van mensen zit aan de binnenkant beenmerg. In dit beenmerg worden de stamcellen (moedercellen) gemaakt. Uit deze stamcellen ontstaan alle bloedcellen.

Dit zijn de rode bloedcellen, die zuurstof in het bloed vervoeren, de bloedplaatjes, die zorgen voor het stollen van het bloed zodra een wondje ontstaat en tenslotte een heleboel verschillende soorten witte bloedcellen.

Witte bloedcellen

De witte bloedcellen kunnen we onderverdelen in lymfocyten (B-cellen, T-cellen en NK-cellen) en fagocyten (granulocyten en monocyten/macrofagen). Via de verschillende onderdelen van het afweersysteem, kunnen de witte bloedcellen rijpen en hun werk doen.

Lever

In de lever zitten veel fagocyten (eetcellen) die bacteriën uit het bloed halen zodra die de lever passeren. Verder is de lever belangrijk voor de productie van eiwitten voor het complement systeem, waar we het verderop over zullen hebben.

Lymfocyten

In de neus- en keelamandelen, de lymfeklieren en in de milt zitten veel lymfocyten die het lichaam beschermen tegen mogelijke ziekteverwekkers.