Chronische Mucocutane Candidiasis (CMC) is een primaire afweerstoornis waardoor door oppervlakkige schimmelinfecties ontstaan.
CMC ontstaat door een afweerstoornis in hoofdzakelijk de T-cellen en boodschapperstof interleukine 17 (IL-17). Hierdoor ontstaan oppervlakkige schimmelinfecties (vnl. Candida spp.). Denk hierbij aan infecties van de huid, de nagels en de slijmvliezen.
Er kunnen auto-immuunziekten van het endocriene (hormonale huishouding) systeem optreden aan bijvoorbeeld de schildklier, bijschildklier, bijnier of alvleesklier. Ook kunnen de infecties zorgen voor afbraak van rode bloedcellen (waardoor bloedarmoede kan ontstaan) en bloedplaatjes (waardoor makkelijk bloedingen kunnen ontstaan). Bij een aantal patiënten met CMC hebben kwaadaardige ziekten zich ontwikkeld in de mond of slokdarm. Ook kan sprake zijn van meer afwijkingen in het afweersysteem waardoor de afweer tegen virale en bacteriële infecties (Staphyloccus aureus infecties van de huid, maar ook luchtweginfecties) ook verstoord is.
Oorzaak van CMC
CMC-ziekte ontstaat door foutjes in het DNA. De meest voorkomende foutjes in het erfelijk materiaal die zorgen voor CMC zijn:
- STAT-1 gain-of-function (GoF): Dit wordt ook wel het klassieke “CMC”genoemd. Hierbij wordt de Candida of andere schimmel wel herkend door de afweercel, maar kan de cel geen seintjes afgeven om een afweerreactie op te starten. De schimmel wordt dan niet goed “opgeruimd” door het afweersysteem.
- Dectin 1: Dit foutje is enkele jaren geleden ontdekt door een Nijmeegse onderzoeksgroep. Zij hebben gevonden dat als de afweercellen in de huid en slijmvliezen niet een specifieke receptor (herkenningsmolecuul) (Dectin 1) hebben, er geen goede afweer is om het lichaam te beschermen. Hierdoor ontstaan steeds blijvende infecties met Candida of andere schimmels.
- AIRE-gen (met als gevolg APECED of autoimmune polyendocrinopathy-candidiasis-ectodermale dystrophy). Een beeld met naast de beschreven schimmelinfecties van de huid veel auto-immuunziekte van het endocriene systeem (hormonale huishouding).
Hoe vaak komt neutropenie voor en bij wie?
Het is een zeldzame aangeboren ziekte (minder dan 1 op de 200.000 personen). De ziekte komt even vaak voor bij jongens als bij meisjes.
Klachten
Kinderen met de CMC-ziekte hebben steeds opnieuw schimmelinfecties van de huid, nagels en slijmvliezen (in de mond of slokdarm, luieruitslag). Zij kunnen last hebben van rode plekken met schilfertjes op de huid. Soms zijn schimmelinfecties van de voeten (tussen de tenen) hardnekkig. Ook hebben kinderen vaak schimmelnagels met putjes in de nagels en witte verkleuring.
Als er een afwijking in het AIRE-gen is, zijn er meestal ook klachten van auto-immuunziekten van het endocriene systeem, bijvoorbeeld een niet goed werkende schildklier.
(Met het endocriene systeem wordt bedoeld: het netwerk van klieren die hormonen produceren en rechtstreeks aan het bloed afgeven)
Onderzoeken
Met een bloedonderzoek kan in het laboratorium getest worden of de witte bloedcellen te weinig signaalstofjes (cytokinen) maken.
Met erfelijkheids-onderzoek (DNA-onderzoek) kan de diagnose CMC worden gesteld.
Behandeling
Er is geen behandeling om CMC-ziekte te genezen. Het belangrijkste is de schimmelinfecties te voorkomen en tijdig te behandelen. Vaak is een langere behandeling noodzakelijk.
Er wordt veel onderzoek verricht naar nieuwe behandelingen waarbij geprobeerd wordt de gestoorde communicatie tussen de afweercellen te herstellen.
Wat betekent heb hebben van CMC voor de toekomst?
De chronische steeds terugkerende infecties van de huid, nagels en slijmvliezen kunnen cosmetische en soms ook functionele problemen geven.
Verder kunnen auto-immuun ziekten van het endocriene systeem (hormoon producerende organen zoals de schildklier, bijschildklier, bijnier, alvleesklier) optreden.
Maar ook auto-immuunziekten gericht tegen bloedcellen, leidend tot de afbraak van rode bloedcellen en bloedplaatjes zijn beschreven. Ook is bij een aantal patiënten beschreven dat zij kwaadaardige ziekten van de mond of slokdarm hebben ontwikkeld. Vermoedelijk is deze ontwikkeling te wijten aan de veelvuldige ontstekingen aan de slijmvliezen.
Ook kan sprake zijn van meer afwijkingen in het afweersysteem waardoor de afweer tegen virale en bacteriële infecties verstoord is.
Erfelijkheid
CMC-ziekte ten gevolge van STAT-1 gain-of-function wordt autosomaal dominant (AD) overgeërfd. Dat wil zeggen dat het hebben van één afwijkend gen (geërfd van één van de ouders) leidt tot deze vorm van CMC. Bij elke zwangerschap is de herhalingskans 50%.
APECED ten gevolge van de AIRE mutatie is autosomaal recessief (AR), dat wil zeggen dat de ziekte op de kinderen kan worden overgebracht als ze van beide ouders een afwijkend gen erven. Ouders zijn dan gezonde dragers. De herhalingskans op deze vorm van CMC-ziekte bij een volgende zwangerschap is hierdoor 25%.
Soms gebeurt het ook dat een foutje in een gen spontaan ontstaat tijdens de ontwikkeling voor de geboorte, dan spreken we van ‘de novo’. In dat geval is de herhalingskans verwaarloosbaar.





