Kinderinfectieziekten & immunologie

Terug

 

Immunoglobuline, subcutane toediening

 

Doel

Het toedienen van antistoffen bij patiënten met een afweerstoornis om het risico op infecties te verlagen.

 

Benodigd materiaal

  • Infuusnaaldje 0,7 x 19 mm. (geel).

  • Immunoglobuline voor subcutane toediening (humaan immunoglobuline 16% of 20% voor intramusculair of subcutaan gebruik).

  • Spuit-infusor + toedieningssysteem.

  • Fixatiemateriaal (Tegaderm, leukoplast en evt. zwachtel).

  • 2 ml. spuit, 20 ml spuit.

  • Flacon NaCl 0,9% 10 ml.

 

Werkwijze algemeen

De inloopsnelheid is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het gewicht van het kind en de hoeveelheid toe te dienen immunoglobulines.

Wordt geleverd in flacons van 1 – 2 – 5 of 20 ml.

Het infuussysteem vullen met de immunoglobulines (het volume van het infuussysteemin is 1,5 ml.).

 

Toediening

Laat de patiënt plaatsnemen op bed. 

Plaats van toediening:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij voorkeur prikken in de groene gebieden, eventueel in de blauwe gebieden.

Voorkom prikken in of kort bij geïnfecteerde of geïrriteerde huid.

 

Plaats de 2 ml. spuit op de neoflon en trek de zuiger iets op om te controleren of een bloedvat is aangeprikt. Als geen bloed opgetrokken wordt, zit de naald goed. Verwijder de 2 ml. spuit en sluit het infuussysteem aan. Plak af met de Tegaderm. Stel de infusor in volgens afspraak en start de infusie.

Tijdens inlooptijd de insteekplaats controleren op zwelling; zwelling is normaal tijdens inlopen, maar er mag niet een duidelijke bult/bobbel/ei ontstaan. Wel kan de inloopplek wat hard aanvoelen en rood zien. Bij aanraken is het gebied wat gevoelig.

 

Inloopsnelheid

Bij het starten van de subcutane therapie altijd beginnen met een opbouwschema.

Dat wil zeggen:

Bij de eerste infusie:

  • Gedurende 30 minuten: 1 ml per uur
  • Gedurende 30 minuten: 2 ml per uur
  • Rest van de hoeveelheid: 3 ml per uur

Indien de infusie goed verloopt kan de hoeveelheid en de snelheid langzaam verhoogd worden met 2 ml per uur per keer tot de snelheid die gewenst is.

De inloopsnelheid van het infuus is afhankelijk van de grootte van het kind; bijvoorbeeld (hoeveelheid en tijd geldt per prikplek):

5-10 ml. kan gegeven worden in 1uur bij baby’s van 1 tot 6 maanden.

10 ml. kan gegeven worden in 40-60 minuten bij kinderen ouder dan 6 maanden.

Bij oudere kinderen/jongeren kan 10-25 ml. gegeven worden in 40-90 minuten.

Indien meer dan 25 ml per keer gegeven moet worden, dan de hoeveelheid verdelen over 2 (of meer) prikplekken.

De immunoglobulines mogen telkens op dezelfde plekken worden toegediend. Op die manier kan het subcutane weefsel wennen aan het product. Sommige patiënten geven de voorkeur aan het wisselen van de prikplaatsen.

 

Na de infusie

Zet de optreknaald op de 20 ml. spuit en trek 3 ml. NaCl 0,9% op uit de flacon. Nadat de immunoglobulines zijn ingelopen de spuit verwisselen met de NaCl 0,9% en deze laten inlopen tot 1,5 ml. vlgs de afgesproken snelheid. Als de NaCl 0,9% is ingelopen mag het infuus worden verwijderd.

Plak een pleister op de insteekplaats.

 

Controles

Temperatuur en polscontrole voor toediening en 15 minuten na het stoppen.

 

Bijwerkingen

Reactie op de injectie-/infusieplaats; dit kan worden verminderd door de grotere doseringen over verschillende toedieningplaatsen te verdelen.

Soms ontstaat:

  • Hoofdpijn.
  • Temperatuurstijging.
  • Versnelde hartslag.
  • Huiduitslag.
  • Gewrichtspijn.
  • Misselijkheid/braken.

Deze klachten verdwijnen doorgaans na 24 uur.  Bijwerkingen kunnen veelal voorkomen worden door het infuus langzamer in te laten lopen. Anafylactische reacties zijn zeer zeldzaam. Bij een zeer heftige aanval van overgevoeligheid (anafylactische shock): Infuus onderbreken.

Arts waarschuwen.

Onder bereik houden (hoeft niet opgetrokken klaar te liggen): Prednisolon, Clemastine (Tavegil),  Epinefrine.

 

Opmerkingen

De behandelaar noteert de hoeveelheid toe te dienen immunoglobulines in EPIC.

Registratie van de toegediende immunoglobulines (plakken van etiketten met charge-nummer, hoeveelheid en datum van toediening) vindt plaats op

het Registratieformulier houdbare bloedproducten van de Apotheek.

Immunoglobulines die binnen 6 maanden worden gebruikt hoeven niet in de koelkast te worden bewaard.

De patiënt heeft een logboekje, waarin bijzonderheden rond de gift kunnen worden genoteerd en waarin stickers met lotnummers van de immuunglobulines geplakt moeten worden.

 

Inhoudsdeskundigen

Riet Strik-Albers, verpleegkundig specialist.

Michiel van der Flier, kinderarts- infectioloog/immunoloog.

Stefanie Henriet, Kinderarts-infectioloog/immunoloog.

Koen van Aerde, Fellow kinderinfectie ziekten en immunologie.

 

Datum

24-11-2015

 

 

Terug